Nieuws

Interview Frederic Geurts

20 november 2017

Frederic Geurts (°1965) woont en werkt in Antwerpen. Sinds 1988 bouwt hij aan een oeuvre waarin de dialoog met de context centraal staat. Geurts is vooral gekend omwille van zijn monumentale maar fragiele structuren. Hij tast daarbij de grenzen van de zwaartekracht en materialiteit van zijn constructies af. Hij exposeert regelmatig in binnen- en buitenland. Dit jaar had hij een opgemerkte tentoonstelling bij de gerenommeerde galerie Sofie Van De Velde. In Limburg is wellicht zijn solotentoonstelling in kunstcentrum Z33 in Hasselt het bekendst. Steeds vaker vertaalt zijn werk zich in realisaties voor de publieke ruimte. Werk van hem is onder anderen te zien bij het Imelda Ziekenhuis in Bonheiden, de rotonde in Kleine Brogel of bij het kasteel Mariagaarde in Borgloon.

Je kunst beweegt zich naar mijn gevoel op het spanningsveld tussen kunst en architectuur. Zie je dat ook zo ?

Ja, ik denk dat je gelijk hebt. Enerzijds omwille van de schaal van mijn werk maar ook omdat mijn werk vaak inspeelt op de plaats waarvoor ik uitgenodigd wordt. De omgeving speelt bij mij als als het ware de rol van opdrachtgever. Toch ben ik het ook grotendeels eens met de beroemde uitspraak van de Oostenrijkse architect Adolf Loos (1870-1933) dat er een belangrijk verschil is tussen kunst en architectuur: architectuur moet zich dienstbaar opstellen en kunst moet vooral zichzelf zijn. Hij maakt wel twee uitzonderingen waar kunst en architectuur elkaar raken: het monument en het graf. Hij legt niet goed uit waarom maar ik vind het een inspirerende gedachte. Er is ook een andere reden waarom ik soms bewust een strategie hanteer om de grens met architectuur te vervagen. Het kan een manier zijn om via een omweg hedendaagse kunst in de wereld te plaatsen. Het lijken op het eerste zicht eerder functionele ingrepen die zich inpassen in de omgeving of ze presenteren zich toch in de eerste plaats niet als kunst. Zoals bij de list met het Trojaans paard smokkel ik de kunst er dan in en wordt ze pas bij het benaderen zichtbaar.

Welke invloed heeft de omgeving op de creatie van je werk ?

Context is altijd het startpunt, zowel voor de tijdelijke als voor de meer permanente werken die ik realiseer. Zonder context voel ik geen noodzaak. Telkens is het een nadenken over welk werk op die bepaalde plek zinvol kan zijn. Door de context mee bepalend te laten zijn bevraagt het ook de autonome positie van de kunst. Met andere woorden, in hoever stelt de autonome (op zichzelf staande) kunst zich door haar eigenheid maatschappelijk niet buiten spel? Ik herinner me een quote van Bart Verschaffel hierover: "Is autonome kunst niet zoiets als fietsen op een hometrainer?" Vandaar dat ik graag de (semi)publieke ruimte opzoek. Het overschot aan context tegenover het atelier, het museum of de galerie zie ik als een voordeel. Hier wordt de maatschappelijke relevantie van kunst scherp gesteld. Dat neemt echter niet weg dat ik daarnaast ook overtuigd ben van het belang van de ‘white box’ van het museum of de galerie als beschermde plek voor experiment of om stillere en kwetsbare kunst een plaats te geven.

Is het voor jou belangrijk dat je werk met de omgeving dialogeert ? Wil je dat je kunst iets teruggeeft aan deze omgeving ?

Ja en nee. Ik denk dat het een zoektocht is naar een juiste balans tussen integratie en verstoring. In eerste instantie wil ik dat het werk dialogeert, waardoor het geïntegreerd lijkt in de omgeving en een zekere logica volgt. Een kunstwerk in de publieke ruimte is pas zinvol denk ik als ze de ervaring en de betekenis van een plek kan versterken. Daarvoor is het nodig om de plaats goed te begrijpen en inderdaad de dialoog aan te gaan. Maar even belangrijk is het om er op toe te zien dat het werk zich niet volledig inpast. Kunst moet ook altijd genoeg weerstand bieden en wat kunnen wringen.

Naar aanleiding van de fietsenstalling in Aalst is er een polemiek ontstaan over de kostprijs van het werk. Hoe relevant vind je deze discussie en hoe verhoudt die zich tot kunst in de openbare ruimte?

Het bewijst in de eerste plaats dat mensen betrokken zijn en bezorgd zijn over hun omgeving en de middelen die er aan besteed worden. Dat is alvast positief. Jammer genoeg beperkt de discussie zich vaak tot de kostprijs en niet of het werk een meerwaarde kan zijn voor die plaats. De kritiek is vaak luider -zeker op sociale media- dan de positieve stem waardoor het moeilijk inschatten is hoe iets ontvangen wordt. Op die momenten besef je ook dat het draagvlak voor hedendaagse kunst beperkt is. Kunst is dan per definitie te duur. Dat het werk op maat van de plek werd gemaakt en behoorlijk complex was in de realisatie doet er dan niet toe. In dit geval is de ironie dat het ontwerp voor Aalst geselecteerd werd omwille van zijn artistieke kwaliteiten maar ook omdat het goedkoper was dan de standaard oplossingen die eerst naar voor werden geschoven.

Als ik naar je werk kijk zie ik vaak uitgepuurde, fragiele structuren. Speelt hierin voor jou enkel de uitdaging met de wetten van mechanica, stabiliteit en zwaartekracht of schuilt hierin ook een diepere existentiële betekenis ?

Er speelt zeker een belangrijk 'jongens en wetenschap'-gehalte mee in wat ik doe. De kick om iets te maken dat veel groter is dan jezelf bijvoorbeeld of spelen met de grenzen van de statica. Vorig jaar heb ik nog samen met studenten burgerlijk ingenieur en hun professor een toren van 18 meter gebouwd en laten omvallen op het Artefact festival in Leuven. Puur plezier! Toch gebeurt er tegelijk iets wezenlijks als je in aanraking komt met een werk dat fragiel is. Het werkt als een spiegel. Het herinnert er ons aan dat we als mens kwetsbaar en feilbaar zijn. Op een wonderlijke manier kan ernst met spel samengaan.

Waar haal je je inspiratie of door wie word je beïnvloed ?

Elke ontmoeting kan inspireren, zowel met mensen als met kunstwerken.

Voel je verwantschap met een bepaalde kunstenaarsgroep of stroming ?

Ik denk dat ik me inschrijf in de traditie van de site specific art, de beweging die ontstond in de jaren '60 om uit het museum te treden en de omgeving te betrekken bij het kunstwerk. De scheiding tussen kunstwerk en haar omgeving wordt daarmee diffuser. Als toeschouwer sta je dan eerder in het kunstwerk waardoor een meer totale ontmoeting en ervaring kan ontstaan.

Naast kunst in de publieke ruimte maak je ook kleiner werk, geschikt voor het interieur van privéwoningen. Hoe belangrijk is dit deel voor jou ?

Ze zijn zelden een doel op zich, ik mis zoals reeds aangehaald een context. Meestal zijn het studies en experimenten voor het grotere werk, een soort denkoefeningen.

Voor je werken vraag je een zeer hoge afwerkingsgraad. Hoe is de samenwerking met CSM hierin verlopen ?

Ik ben bijzonder tevreden over de samenwerking met CSM. Ik stel inderdaad hoge eisen voor de afwerking. Door de eenvoudige vormentaal van mijn werk wordt elk detail belangrijk. Er zijn eigenlijk geen details. Vanaf het begin was duidelijk dat CSM een partner is die dit begrijpt en daarin wil meegaan. Zowel oppervlaktestructuur, lasafwerking, breking van snijkanten, tegenplooien om doorbuiging te compenseren enzovoort is samen uitvoerig onderzocht. Soms hebben we daarvoor dingen moeten hermaken maar telkens was er de volgehouden ambitie om voor de beste kwaliteit te gaan. Ik hoop dan ook dat we in de toekomst nog vaak kunnen samenwerken.

Als je kijkt naar de toekomst, welke droom zou je dan graag nog verwezenlijken ?

Ik ben best tevreden over de manier hoe het nu loopt. Ik heb al op veel bijzondere plaatsen iets mogen realiseren. Mijn droom is om dit voort te kunnen zetten en dat de uitnodigingen blijven komen voor tijdelijke projecten die meer experimenteel zijn en die af en toe afgewisseld worden door de vraag naar meer permanente werken.